Thursday, 31 July 2014

Donderdag 31 juli: Nummer 12, de lavagrotten van São Vicente

Het paddestoelenveld van Cabanas de São Jorge Village
Om 4:00 ging de wekker. Wat betekende dat geluid ook alweer? O ja, opstaan. Nou vooruit dan.

Een klein half uur later ondernamen we de korte wandeling terug naar Terminal 4, vanwaar het hotel plm. 200m verwijderd is. Ik vind dit hotel een aanrader; merkwaardig genoeg vind je het helemaal niet op de eerste Google-zoekpagina bij sleutelwoorden "hotel schiphol" - die is voorbehouden aan hotels die teninste een shuttlebusrit van het vliegveld verwijderd zijn - en die rijdt pas vanaf 6:00 uur.

Bij het vliegveld gearriveerd bleek het vroeg genoeg te zijn om verward te kunnen worden door het feit dat er niet alleen om 6:20 maar ook om 6:30 een vlucht naar Funchal vertrok. Het resulterende heen-en-weer maakte het af te leggen parcours met rolkoffers (waaronder een 25 jaar oude uit een tijd dat wieltjes onder de koffer nog revolutionair waren (pun intended) en de plaatsing ervan nog wel wat verbeterd kon worden) dubbel zo lang als nodig. Afgezien daarvan verliep de hele incheckprocedure gladjes (merk op hoe zorgvuldig ik heb vermeden te zeggen: op rolletjes). In het bijzonder de controle van de handbagage, vorige week in Manchester nog goed voor een wachttijd van 45 minuten, blijkt op Schiphol toch meestal redelijk goed te doorstaan.

Strandwandelingetje, my deir?
We gebruikten de korte tijd die resteerde voordat we de gate moesten opzoeken voor een ontbijt (legt u hier de 25 euro maar neer, dankuwel) met vooral ook (voor mij) een shot caffeïne. De nooduitgangstoelen die ik gisterochtend nog snel even geboekt had bleken voor de terugreis te zijn, zodat we in het vliegtuig wat klem zaten, maar gelukkig was het niet vol en konden we in de breedte compenseren wat er in de diepte niet inzat. Vier uur en een paperreview later waren we op de bestemming. (Dit heet tijdverdichting, weet ik nog uit mijn middelbareschooltijd.)

Het oppikken van de huurauto was niet meer dan een kwestie van het vinden van het verhuurbedrijf, een lokalo temidden van het Avis- en Hertz-geweld, waar gelukkig verder niets te doen was zodat we algauw op de goede weg naar São Jorge waren gezet. Er volgde een betrekkelijk korte rit door het verrassend ruige landschap. Wat begon als 4-baansweg vernauwde zich allengs tot 2- en 1-baans, en begon onrustbarend te stijgen en dalen - en hield daar ook niet meer mee op. Hemelsbreed (zoals de Nazgul vliegt) kan de afstand niet meer dan 30 km bedragen, maar tjonge wat een fractale dimensie hebben ze hier weten te bereiken, ik denk dat we zeker 50 km hebben afgelegd - en dan tel ik nog alleen de horizontale afstand.

De wegen waren overigens weliswaar steil, smal en bij tijd en wijle slecht geasfalteerd, maar gelukkig ook verbazend rustig, zodat de rit niet al teveel vergde van mijn door vroeg opstaan minder dan optimaal heldere geest. Toen de bestemming veel langer uitbleef dan verwacht sloeg weliswaar even de twijfel toe, maar een blik op Google maps leerde dat we gewoon nog een serie kronkels verder moesten. Al met al waren we dusdanig vroeg bij de Cabanas de São Jorge Village dat we de receptioniste-cum-barmeid helemaal uit het veld sloegen - met een duizend excuses (waarvoor weet ik niet) werd ons snel onze paddestoel gewezen.

Zwembad is zwembad!
De Cabanas (zoals ik het terwille van de efficiëntie maar zal noemen) doet namelijk het meest denken aan een veld reuzepaddestoelen, rood hoewel zonder witte stippen, elk met een schattig schoorsteentje (dat overigens geen enkele functie heeft). Wij kregen nummer 124 toegewezen, wat mij als amateur-getalfetishist wel aansprak (125 ernaast had ik trouwens ook goed gevonden). Het ligt op 500m (horizontaal) van zee; helaas ook 500m (verticaal) zodat een avondwandelingetje langs het strand er niet echt inzit - overigens
ook al bemoeilijkt door de afwezigheid van strand. Dat is wel wat mij het eerst is opgevallen aan dit eilend: het slaat in woeste en grillige ruigheid alles dat ik eerder gezien heb - inclusief IJsland, de Canarische eilanden, Majorca, de Griekse eilanden. Het tweede opvallende (op korte afstand) is vervolgens hoe onvoorstelbaar groen die steile hellingen allemaal zijn: verticaal of overhangend, het is allemaal begroeid, allemaal groen, behalve die delen die in bloei staan en dus paars, blauw of wit zijn. (Andere kleuren zijn deze tijd van het jaar zeldzaam, hoewel ik ook hier en daar wat geel en rood heb kunnen bespeuren.) Elise is geen groot planten- en bloemenkenner en ik nog veel minder, maar laat ik in ieder geval de hortensias noemen die kennelijk in het wild zo goed als alle bermen sieren en vol in bloei staan.

Terug naar ons hotel. Was het zo rustig omdat het nog vroeg was? Op het oog waren we de enige gasten. Later bleken er nog een stel Denen te zijn. Waarom is dit? Is het geen hoogseizoen dan? Het mag er dan allemaal een beetje vervallen uitzien, het is wel netjes en schoon, en voor onze ogen zat een Portugees, weliswaar op z'n dooie akkertje, het gras te maaien. Het beloofde zwembad is een lachertje, dat wel, voor de lol doen we misschien een duik maar met twee slagen ben je aan de overkant. Nee, voor serieuze inzet voor de meegebrachte zwemkleding moeten we iets anders zoeken, zoveel is duidelijk.

São Vicente: ingang van de lavagrotten
Met nog een halve dag voor de boeg was er tijd zat om wat te ondernemen. Elise heeft zich door vriendin Janine uitgebreid laten instrueren, en ook het ANWB-boekje heeft een vijftiental genummerde bestemmingen die we natturlijk zoveel mogelijk moeten afwerken. Te beginnen met nummer 12: de lavagrotten van São Vicente. Negenhonderdduizend jaar geleden (een oogwenk in de geologische geschiedenis) ontstaan door het onvoorstelbare spel van gesmolten gesteente, honderdvijftig jaar geleden (een betrekkelijk korte tijd in de menselijke geschiedenis) ontdekt en sindsdien toegankelijk gemaakt voor het touristische publiek. Om er te komen moest nog wel een eindje gereden worden.

Aangezien we nog niet geluncht hadden stopten we in het eerste het beste dorpje, Arco de São Jorge, op zoek naar een supermarkt of zoiets. Het minieme supermarktje dat we vonden leidde tot een ietwat surrealistische belevenis: na een tweetal broden en een fles water afrekend te hebben probeerden we nog een ijsje te kopen; de barman die dat zou moeten regelen bleek echter dusdanig stomdronken te zijn dat zijn vrouw, die ons eerder die broden en dat water had verkocht, eraan te pas moest komen om deze handeling te verrichten. Terwijl we buiten onder een parasolletje van onze versnapering zaten te genieten konden we haar binnen horen kijven. Even later gingen zowel bar als supermarkt dicht - dat zou ook gewoon een lunchpauze kunnen zijn geweest, maar toch.

Touwlava, bevroren in de tijd
Met dat in de zak konden we welgemoed door. Het werd er niet drukker op, maar bij de grotten troffen we dan toch onze eerste medetouristen. We vielen met onze neus in een rondleiding. Grotten zijn altijd bijzonder, zelfs de Nederlandse mergelgrotten die allemaal door mensenhanden geschapen (geschept) zijn; zo ook druipsteengrotten met hun spectaculaire formaties; maar zeker ook lavagrotten, minder spectaculair maar wel zeer tot mijn verbeelding sprekend. Zoals het feit dat de druppels aan het plafond, die je toch snel voor gemankeerde stalactieten zou houden, toch gewoon negenhonderdduizend jaar geleden gestolde lavadruppels zijn, waaraan sindsdien niets meer veranderd is behalve dat wellicht een te lange tourist er recent een stukje hoofdhuid op achtergelaten heeft.

De tamelijk korte en redelijk onderhoudende wandeling door de lavatunnels werd gevolgd door een bezoekje aan het bijbehorende museum, dat wat mij betreft ook achterwege had kunnen blijven: het was te eenvoudig en goedbedoeld om een echte tourist trap genoemd te mogen worden, maar het had er wel wat van weg: oppervlakkig met een neiging tot pretparkeffecten.

De lange dag deed zich inmiddels wel voelen. Terug in de Cabanas, na een uurtje op het uitgestorven terras achter onze paddestoel, een maaltijd in het bijbehorende restaurant (doen we waarschijnlijk niet weer: duur, niet bijzonder, Elise's tonijn was niet vers) en een spelletje Kaartkolonisten bij het restaurant zochten we ons bedje op. Na drie uur onophoudelijk Nat King Cole in de oren kon het met de nachtrust niet meer mis gaan.

2 comments:

  1. Mooi ruig eiland. Oogjes open voor de wilde kanarie (is niet polvo of pollo).

    ReplyDelete
  2. 1. Mogelijk zullen we te zijner tijd jullie vakantieplek ook eens bezoeken. Els vindt het heel moeilijk te lezen over de vele bloemen, maar niet te weten welk dat allemaal zijn!

    2. Na meer dan een halve eeuw zo nu en dan 'Een glaasje Madeira my dear' van een toen populaire zanger geneuried te hebben werd pas nu door deze blog mijn eye geopend voor de pun, de woordspeling. Dank.

    ReplyDelete