Wednesday, 13 August 2014

Woensdag 13 augustus: Nummerloos, het zeezwembad van Porto Moniz en de Stal der Nonnen

Zee of zwembad: waarom kiezen?
Toch nog een zinvolle invulling gevonden voor deze nummerloze dag! Het eilandje Porto Santo (ANWB nummer 15) hebben we laten schieten, die 2 keer 205 minuten varen om resp. 8:00 uur en 20:00 uur waren te onaantrekkelijk, zeker op een laatste dag. In plaats daarvan hebben we een derde en finale poging gewaagd verkoeling te zoeken in het zeezwembad aan de andere kant van het eiland (eerste keer te regenachtig, tweede keer te druk). De zon scheen lustig, maar met een enigszins tijdig vertrek zou er op een niet-zondag voor ons misschien nog wel een plekje zijn.

Het idee pakte redelijk tot goed uit. De noordkant was zoals we ons hem herinneren: bewolkt - maar niet heel zwaar. Bij het zwembad was het zo ondruk dat we de auto er direct vóór parkeren konden, maar niet zo ondruk dat we ons er ongemakkelijk bij hoefden te voelen. Na onze aankomst bleef het ook voortdurend verder vol stromen. Het weer was eigenlijk best aangenaam, zeker gezien het feit dat we ons allebei gisteren bij het zwembad een beetje verbrand hebben: volle zon was sowieso gecontraïndiceerd.

Zout en koud
Een leuk zwembad, het moet gezegd worden. Midden tussen de vulkaanrotsen aangelegd, keurig gedaan, behoorlijk groot en met voldoende ligplaats. Bij hoog water moet de zee voor automatische aanvulling van het badwater zorgen (dat dan ook zout en koud is), maar daar was het tij nu jammer genoeg niet naar. Toegang 1,50 pp, ligbedje nog eens 1,50 pp - ik ken zwembaden waar je per persoon het dubbele kwijt bent van wat het ons hier in totaal kostte. Het was dan ook duidelijk populair, niet alleen onder toeristen, of misschien wel niet hoofdzakelijk onder toeristen. Een Portugees sprekende drukte van belang. (We vinden trouwens allebei dat Portugees nogal op Russisch lijkt. Volgens mij komt dat door de S-klanken die in beide talen zitten.)

De vallei der nonnen: linksboven (héél klein) ons restaurant - met kraan
Zoals dat bij een zwembad gaat hebben we nauwelijks gezwommen, alleen maar boekje gelezen. Na een anderhalf uur (rond 14:00 uur) begon Elise het koud te krijgen en was het uit met de pret, en tijd voor het tweede dagdeel: een bezoekje aan de Nonnenvallei, om precies te zijn het dorpje Curral das Freiras - de Stal van de Nonnen. (Freira, non, klinkt alsof het etymologisch wel eens "vrouwelijke broeder" zou kunnen betekenen, een grappige herkomst.)

Geschiedenig in beeld:
Nonnen aan de kastanjelikeur
De geschiedenis achter dit plaatsje is dat de bewoonsters van een nonnenklosster het vanuit Funchal als vluchtplaats heeft opgezocht toen er Franse kapers op de kust waren, in 1566. Als je het zo leest in de boekjes zijn ze er ook niet meer vandaan gekomen tot het midden van de twintigste eeuw, toen de eerste verharde weg ernaartoe aangelegd werd. Die voorstelling van zaken houdt uiteraard niet lang stand: de bijbel erkent maar één maagdelijke geboorte. Hoe het ook zij, dat het een erg moeilijk bereikbare vallei is staat als een steile rots van 500m boven water. Zelfs nu er sinds een jaar of tien een nieuwe tunnel is geboord komt de weg niet in de buurt van de rivier die vanzelfsprekend de geleidelijkst glooiende route vormt, maar gaat via een pas die 300 meter hoger dan het dorp zelf ligt.

De isolatie van de vallei betekent ook gebrek aan wind, en aangezien de zon de hemel geheel in zijn bezit had (op een reepje wolken na dat telkens boven de noordwand heen piepte maar al snel tot de conclusie kwam dat het daar niets te zoeken had) was het zo warm als we het de hele vakantie nog niet gehad hebben. De wandeling die ik eventueel nog voor mezelf in gedachten had gehad verdampte spontaan. In plaats daarvan zochten we na een verfrissing in het dorpje een hogergelegen restaurant op vanwaar we een er fabuleus uitzicht op hadden, en voor de laatste avond uit de band sprongen met kip (Elise) resp. Entrecôte (ikzelf) met... kastanjesaus, de specialiteit van deze vallei. (Je kunt er kastanjejam kopen, kastanjegebak, kastanjelikeur, ...) Het was verrassend lekker. Elise claimde uit elkaar te zullen ploffen, maar deze Monty Python-scene bleef ons bespaard.

De zaken gaan goed
Behalve door het uitzicht werden we vermaakt door bouwvakkers die in de ongetwijfeld nog zeer hete zon aan een uitbreiding van het restaurant/hotel metselden, in een tempo dat meer dan recht deed aan de temperatuur. De zaken moeten dus goed gaan, al was dat aan de verder geheel lege dinerzaal (capaciteit 200 man) niet af te lezen. Geen afleiding dus in de vorm van andere eters, hoogstens in de vorm van de vier kellners die ons beurtelings kwamen vragen hoe de kastanjesaus was. (Lekker, lekker lekker, lekker.) Toegegeven, het was een vroeg diner; maar toen we om 18:00 uitgegeten waren, was de zaal nog net zo leeg. Het hout in het lustig knappende haardvuur was wel ververst, daar lag het niet aan.

Curral das Freiras: Escher is er niets bij
Het was een kort ritje terug, maar lang genoeg om de bewering dat we Funchal nu wel een beetje kennen te logenstraffen: onbedoeld en ongewenst reden we wat overtollige kilometers. Zo werd het niets met mijn vage hoop dat we nog even van ons eigen hotelzwembad zouden kunnen genieten. Dan maar direct naar de kamer om de eerste voorbereidingen te treffen voor de terugreis morgenvroeg (maar niet idioot vroeg), deze dagboekepisode te schrijven, en straks tijdig naar bed te gaan - al valt te vrezen dat er vanwege warmte en lawaai wel eens net zo weinig van slapen zou kunnen komen als de afgelopen twee nachten. Hoewel, terwijl ik deze woorden typ begint de zon zich te verschuilen achter uit het noorden opkomende wolken (de aanhouder wint); dat zou voor de nachttemperatuur plezierige consequenties kunnen hebben. Zo wordt de overgang naar het naar verluidt herfstachtige weer in Nederland ook wat laagdrempeliger.

Dit is mijn laatste dagboekbijdrage. Morgen is het standaardwerk van een terugreis, daar valt weinig boeiends over te vermelden. Als we neerstorten of neergeschoten worden is het wat anders natuurlijk, daar zal ik dan zeker nog verslag van uitbrengen. Overigens is het: tabé Madeira, leuk je gekend te hebben! En voor mijn lezers: oogjes dicht en snaveltjes toe; slaap lekker!

Tuesday, 12 August 2014

Dinsdag 12 augustus: Nummer 14, de broccoli van het hooggebergte

Linksom of rechtsom: De Pico Ruivo
Het idee dat Elise deze vakantie nog serieus zou kunnen wandelen heb ik definitief opzij gezet. Zelf wilde ik nog wel erg graag de als uitdagendst gepresenteerde tocht van het eiland doen: van de op één na hoogste top, de Pico Areeiro, naar de hoogste, de gisteren al aangekondigde Pico Ruivo. Hoogteverschil maar een meter of 40, hoe uitdagend zou het kunnen zijn? Nou ja, ons boekje vermeldde voor heen+terug vijf uur, voorwaar geen kattenpis. Wel lang voor Elise om niets te doen, maar in ieder geval was er bij het beoogde startpunt een restaurantje, dus een plek om te zitten.

Met de ervaring van eergisteren in het hoofd had ik E. overtuigd dat het goed zou zijn eens een keer tijdig te vertrekken. Na een verschrikkelijke nacht, deels door het van luide muziek vergezeld gaande demonstratiedansen op het terras tegenover, deels door de tot diep in de nacht rokende buren op het volgende balkonnetje, deels ook door de temperatuur in de kamer, lukte het toch om als eersten om 7:30 de ontbijtzaal te betreden, en een uur later de auto in te stappen. Een beetje een gok was dit wel, want weliswaar duidden de voorspellingen op een heldere hemel, maar ja dat hadden ze gisteren ook gedaan. Gelukkig: zowaar leken werkelijkheid en voorspelling een keer op één lijn te liggen.

Rechts achter als je héél goed kijkt de windmolens van gisteren
De route naar de Pico Areeiro, waar je helemaal naar boven kunt rijden, was voor een groot deel gelijk aan het inmiddels bekende traject naar Ribeiro Frio. We beginnen Funchal goed genoeg te kennen om de auto zonder veel problemen de juiste kant op te wijzen. De enige variatie werd geboden door het feit dat de 30-litertank van ons Peugeootje voor de tweede keer leeg was. Na maar een klein aantal volstrekt illegale verkeersbewegingen was dat rap opgelost.

De windmolens, uitvergroot
De broccoli in de titel van deze dag slaat op het effect dat ontstaat bij rijden door een bos in zonnig weer: zeer heldere (open) en diepdonkere (overgroeide) stukken weg lossen elkaar in hoog tempo af, hoger dan waar onze ogen op berekend zijn. Een zonnenbril helpt dan ook niet meer, of verergert de situatie zelfs. De term "broccoli" heb ik geleend van Mart Smeets, die hem gebruikte in verband met een wielerwedstrijd tijdens de Olympische Spelen in London. (Hij vond het in dit verband onbegrijpelijk dat die vervelende takken niet gewoon voor deze gelegenheid even afgezaagd waren, nu kon je uit de lucht ook bijna niets zien. Sportverslaggevers hebben hun waarden niet altijd helemaal op een rijtje.)

Trappen...
Vanaf de Pico Areeiro had je in ieder geval al een fantastisch uitzicht, niet helemaal wolkenvrij maar wel zeer wolkenarm; onder andere op het plateau met de molens vanwaar we gisteren ook dit bergmassiefje hadden gezien - maar nu lagen er zowaar nog dalen tussen, in plaats van alleen maar een wit wolkendek. Druk was het in ieder geval nog niet op de vrij grote parkeerplaats; de vroeg-op-strategie was in zoverre in ieder geval een succes. Naast ons propte een jong, Scandinavisch aandoend echtpaar een protesterende eenjarige in een draagrugzak, er stonden misschien nog tien auto's, maar dat was het dan. Elise strompelde van de auto naar het restaurantje en wuifde mij daar uit, terwijl ik de (onvermijdelijke) afdaling inzette.

Het pad begon prima aangelegd, maar ging wel meteen ver naar beneden, met veel traptreden. Heel ver en heel veel. Dat stuk, en meer, moest ik natuurlijk ook weer omhoog. Tja, ik wou toch een pittige wandeling? Spectaculair was het wel, het was een leuk spelletje te raden welke kant het pad na de volgende bocht op zou kronkelen. Na een half uur deed zich een splitsing voor, met een langere en kortere variant. Ik koos de langere, met de bedoeling terug (als ik moeier zou zijn) de andere te nemen. Vanaf dat moment ging het pad niet alleen meer omlaag maar ook omhoog, en werd voelbaar hoe steil zo'n steentrap eigenlijk kan zijn. Het was dicht begroeid (broccoli), dit pad wekte de indruk minder bewandeld te zijn. Op een relatief vlak en zanderig stuk sodemieterde ik voorover, ik kon me met wat schaafwonden op handpalm en knie nog enigszins opvangen. Niets aan 't handje (haha).

... méér trappen ...
Toen de twee paden zich weer samengevoegd hadden kwam het zwaarste stuk: het ging weer omhoog en ditmaal wel buitengewoon steil. Stukje in de felle zon en uit de wind bovendien, hijg hijg puf puf. Elise zou dit ook met normale voeten nooit kunnen lopen volgens mij. Ik kwam de Scandinaviërs weer tegen die ik eerder voorbijgewandeld was; met een kind op de rug leek me dit al helemaal loodzwaar (en voorover sodemieteren is nog een veel slechter idee), maar ze leken er minder moeite mee te hebben dan ik. Dat kan natuurlijk niet aan leeftijdsverschil of zoiets mals liggen.

Het supersteile stuk leidde over een kleine pas. Daarna werd het weer beter te doen: geen traptreden van 35 cm meer, en ook een veel zorgvuldiger aangelegd pad. Dat leek erop te wijzen dat ik mijn bestemming bijna bereikt had, en inderdaad trof ik kort daarop op de aanvoerroute vanuit het noorden, die ook de Pico Ruivo opleidt maar dan via een wat minder uitdagend wandelpad. Daar hadden we wel een paar keer naar gekeken toen we nog in het noorden bivakkeerden, maar het weer was er toen telkens niet naar.

Linksboven: het witte bolletje op de Pico Areeiro
Al met al had ik wel zo'n 2 uur gedaan over de 7 horizontale kilometers van A naar R: het was nu tegen twaalven - maar nog steeds vroeg genoeg om het rijk grotendeels alleen te hebben. Alleen de kinddragende Scandinaviërs volgden me nog steeds op de voet. De rugzak met nu slapend kindje werd veilig geparkeerd. Ik heb even met ze gepraat; kon het accent niet helemaal thuisbrengen, wat me doet vermoeden dat het Noren of IJslanders moesten zijn, want volgens mij ken ik het Deense en Zweedse accent goed genoeg. Ze vertelden me dat de kreten die we aan het begin op de parkeerplaats gehoord hadden geen protest waren maar ongeduld: de rugzak is de favoriete verblijfplaats van Jr, hij kon niet wachten op de wandeltocht. Het was in ieder geval een superstevig ding, dat tegelijk dienst deed als dagrugzak.

Een tevreden wandelaar
Madeira lag aan onze voeten. Heel in de verte was de merkwaardige witte kunstmatige bolvorm te zien op de Pico Areeiro, vanwaar ik gestart was. Zoals de lezers allang begrepen hebben zijn het niet de 40 meter hoogteverschil tussen daar en hier die de zwaarte van deze wandeling uitmaken, maar de honderden andere meters die je in een verticaal landschap als dit ter overbrugging nodig hebt. Je kon van hieruit trouwens ook naar de Pico Ruivo do Paúl (van gisteren) doorlopen, nog eens 11 kilometer. Dat zat er nu even niet in: Elise wachtte - anders had ik het natuurlijk zo gedaan.

De terugweg bood nog een klein beetje variatie omdat ik de kortere route opgespaard had. Deze bleek daarnaast ook een heel stuk horizontaler. Wel was ik inmiddels moe genoeg om toch evenveel tijd nodig te hebben als heen. Graag had ik het laatste stuk op een holletje gedaan om indruk op Elise te maken, maar dat zat er helaas niet meer in. Moe maar voldaan zeeg ik neer op een restaurantstoeltje om daar pas na een paar bier, aanvullend water en een stevige tomatensoep weer uit op te staan. De parkeerplaats was inmiddels compleet vol.

Over de rest van de dag valt weinig te berichten: terug naar het hotel, nog een paar uurtjes zwembad, eten bij dezelfde Italiaan die we al twee keer eerder bezocht hadden (we zijn wel erg avontuurlijk bezig). Blog schrijven; uploaden en van foto's voorzien komt straks. Ons programma is nu helemaal afgewerkt: we weten niet wat we morgen nog moeten doen. De les wat mij betreft: Madeira is een prachtig eiland, maar één week, of op z'n allerhoogst 10 dagen, is echt genoeg.

Monday, 11 August 2014

Maandag 11 augustus: Nummer 9, de zaag van Paulus

Als Paúl al iets anders betekent dan Paulus dan heb ik dat in ieder geval nog niet kunnen ontlokken aan het alwetende internet. Serra is in ieder geval zaag, waarschijnlijk in dit geval uit te leggen als de zaagtand die gevormd wordt door de toppen van Madeira. Wij hadden voor vandaag gekozen voor de Paúl da Serra, een hoogvlakte met daar middenin de Pico Ruivo do Paúl - de roodharige piek van Paulus. Deze top ligt op 1640 meter; er is ook nog een "gewone" Pico Ruivo van 1861 meter, de hoogste berg van het eiland: die staat vooralsnog voor morgen op het programma.

Onder de wolken, toen de weg het nog deed
De Paúl da Serra ligt niet ver verwijderd van Rabaçal, de bestemming van gisteren, en heeft vanwege de hoogteligging in principe ook hetzelfde weer nodig als wij gisteren mochten genieten (met stip de zonnigste dag van onze vakantie). Het weerstation dat we gebruiken gaf inderdaad hetzelfde weertype aan, dus we lieten ons niet in de war brengen door het feit dat vanuit ons hotel het zicht op de bergen in ieder geval ontnomen werd door de min of meer gebruikelijke wolkenlaag.

In een geheime agenda om ook alle doogaande wegen van Madeira bereden te hebben (men zoekt zijn vermaak waar men het vinden kan) hadden we een andere route op de korrel genomen, minder kust en meer inland. Wie schetst onze verbazing toen we op 1 km hoogte de weg afgesloten vonden! Anders dan de vorige keer (toen er een verse boom overdwars lag) was er nu geen duidelijke aanleiding of reden te achterhalen: doodleuk een hek midden op de weg, zonder mededeling en zonder enige duidelijkheid over hoe recent dit was of hoe lang het zou duren.

Toch nog onze wandelbestemming bereikt
Ook anders dan de vorige keer betekende dit een forse streep door onze reisrekening: we waren plotseling niet 10 maar 50 km van onze bestemming verwijderd, nog afgezien van de noodzaak weer naar zeeniveau af te dalen. Mijn toch al niet buitensporig grote zin in het uitstapje van vandaag (ook al niet positief beïnvloed door de afwezigheid van tekenen dat het iets anders dan bewolkt zou blijven) werd danig op de proef gesteld. Maar ja, een redelijk alternatief was er ook niet, dus uiteindelijk toch een andere benadering gezocht.

Dus zo ziet São Vicente er van boven uit
Veel werd goed gemaakt door de wandeling zelf. We bleken niet in maar bóven de wolken te zitten; in de zon dus, en weliswaar niet met de panoramische vista's die ons op een wolkenloze dag te beurt zouden vallen (daarvan hebben we er al zovel gezien dat we allang blasé geworden zijn) maar wel met uitzicht op een wit wolkendek dat leek uit te nodigen tot een verkoelende duik dan wel een avontuurlijke skitocht. Verder werden we nauwelijks geplaagd door medelopers, terwijl we toch maar 10km van het uitpuilende Rabaçal zaten. Was het het verschil tussen zon- en maandag, lag het aan de afgesloten weg (of was die gisteren ook al afgesloten), was het het weer, is dit gewoon een minder populaire bestemming? We zullen het nooit weten.

Schattig klein levadaatje, dennenbos als toegift
We zetten de auto vlak onder de piek, met nog zo'n 150m (omhoog) te gaan. Tot mijn verbazing begonnen we opnieuw met een levada - verreweg de kleinste die we gezien hadden, maar ik had op deze hoogte en in deze droogte niets meer verwacht. Het water in het kanaaltje kabbelde lieflijk voort. Het pad dat erlangs omhoog voerde bracht ons bij een dennenbosje dat ook op Terschelling had kunnen staan. Daarna moesten we wel een stukje echt klimmen, eigenlijk voor het eerst in de afgelopen tien dagen (afgezien van een heleboel trappen). Een hele toer voor de voeten van Elise, haar nieuwe schoenen ten spijt. De bestemming maakte gelukkig veel goed: een prachtig uitzicht op de wolken rondom ons - zo te zien stonden we op een van de weinige zonovergoten plekken van het eiland - met daar tussendoor piekend de andere Ruivo, op zo'n 30 km (?) afstand.

Doorspikkelende windmolens
Afgezien daarvan was het landschap doorspikkeld met windmolens. Hun stand verried een noordenwind in plaats van de gebruikelijke noordoostelijke passaat. Ik pak mijn weerkundige stokpaardje er nog even bij: zou de afwijkende windrichting de verklaring kunnen zijn voor het afwijkende weer?

Afdalen is voor E. nog veel erger dan stijgen. Schuifelend bereikten we een beter begaanbaar pad. (De schoenen waren in ieder geval rood, dus tot zoverre is de naamgeving navolgbaar.) Dit is geen doen zo: van een echte bergwandeling, zoals dus de niet-Paulusiaanse Pico Ruivo, kan geen sprake zijn. Misschien ga ik wel alleen.

We aten een soepje in een nabijgelegen restaurant, daarna terug naar het hotel. Elise deed nog een kleine rondgang door wat souvenirwinkels, ik wijdde me aan deze blog. Dat brengt me dan bij het moment van nu. Morgen een keer op tijd op, hopelijk luistert het weer beter naar de voorspelling, dan wil ik omhoog. Voor dit moment blijft er alleen een deel B van mijn bloemenquiz over, na het overweldigende succes van deel A!

Quizvraag B1 (hoogvlakte): dit is...

Quizvraag B2 (hoogvlakte): dit is...

Quizvraag B3 (hoogvlakte): Dit is ...

Quizvraag B4 (Funchal): dit is ...

Quizvraag B5 (Funchal): Dit is ...






Sunday, 10 August 2014

Zondag 10 augustus: Nummer 10, Rabaçal, ofwel de Levada van de 25 bronnen

Op de hoogte van Madeira
Je kunt er ook een keer naastkleunen.

Het weer hield zich aan de voorspelling en was prachtig vandaag, geen boveneilands wolkje te bespeuren. Tijd dus voor de uitstaande bergnummers, te beginnen bij het plaatsje Rabaçal, op de rug van Madeira gelegen. Aldaar werd ons een sprookjesachtige levada beloofd, met wel de kanttekening dat het vóór 10 uur waarschijnlijk minder druk zou zijn. Daar hadden we niet veel aan, om die tijd hebben we amper het ontbijt achter de kiezen.

De rit ernaartoe was weer eens anders: eerst een heel stuk langs de kust (goeddeels doortunneld, want aangezien Madeira op de meeste plaatsen loodrecht de zee in verdwijnt, om onder water ook snel indrukwekkende diepten te bereiken, is er van kust zoals wij dat woord begrijpen eigenlijk geen sprake); daarna in rechte lijn de bergen in. Dat betekent interessante hellingshoeken, waarbij men blij is dat de auto een eerste versnelling kent. Dit stuk eiland is gemakkelijk te onderscheiden van het noorden: niet minder ruig, wel anders begroeid: lager, struikachtiger, meer naald dan loof, weinig tot geen bloemen langs de weg (alleen de miradouros blijven dicht gezaaid). Al met al minder boeiend.

Omlaag naar de bronnen
Rabaçal is helemaal geen plaats, meer een soort nederzetting van waaruit men levada's bouwde. In Egypte hebben we een dorpje bezocht waar de bouwers van de tempels van de Vallei der Koningen woonden; net zoiets dus. Om er te komen moesten we vanaf de parkeerplaats langs de weg, op 1300 m, eerst een paar honderd meter afdalen naar die nederzetting. Er heette ook een busje naar beneden te rijden, maar daar waren weinig tekenen van. Gelukkig was het beregezellig op de weg: wij vergezelden en werden vergezeld door honderden anderen, allen bezeten van de wens de 25 bronnen van de Levada (van de 25 enz) te bezichtigen.

Filelopen: kunst op zich
Dan nu de verklaring van mijn woordkeus "naastkleunen": van de 6 levada's die ik en/of Elise totnogtoe bewandeld hebben, was dit de minst geschikte om gezelschappen van honderden wandelaars op te vangen. Het pad was bij tijd en wijle zeer smal; bovendien hier en daar ruim een meter onder de waterbak gelegen, zodat er niet alleen links een afgrond (met een hekje hoor) gaapte, maar ook rechts het muurtje van de levada. Stel je nu voor dat je je in een trage massa Duitsers voortbeweegt, en tegemoet gekomen wordt door een al even grote massa Fransen, Italianen en al die nationaliteiten, die niets liever willen dan zo snel mogelijk terug naar hun auto. Om kort te gaan: hier was van wandelen geen sprake, hoogstens van wachten en schuifelen.

Het eind van de wandeling werd gevormd door de 25 bronnen waaruit de levada naar zeggen ontspringt. Jaja. Geef mij maar het groene ravijn. (In het Portugees: 25 fontes; maar wie daaruit dacht te ontlenen dat het om fonteinen zou gaan kwam al helemaal bedrogen uit.) Punt is natuurlijk dat we verwend zijn: het zijn allemaal heel bijzondere wandelingen, maar we waren totnogtoe aan alle toeristische drukte ontsnapt, door incourante locaties in combinatie met minder weer misschien. Dan word je al gauw blasé als het wat minder is.

Tel de bronnen
Interessant was wel dat zich toen wij op de terugweg waren een kleine maar daarom niet minder indrukwekkende steenlawine voordeed aan de andere kant van het smalle dal, waar geen wandelpad was. We namen eigenlijk niets anders waar dan een enorm geraas (stel je het legen van een glasbak voor, vergroot met een factor 5 en met vallend-steen- in plaats van brekend-glas-geluid). We hadden ter plekke geen goed zicht, maar even later was de plek des onheils nog herkenbaar aan een stofwolk. De gedachte dat zoiets ook bij het wandelpad kan gebeuren is onprettig. Ik denk dat dat inderdaad kan, maar ook dat er wel onderhoud is. Er is hier overal onderhoud, we zijn positief verrast door de properheid en trouwens ook kennelijke welvarendheid van het eiland. We komen wegwerkzaamheden tegen, vervende mannetjes die de muurtjes aan de dalkant van de weg mooi wit houden, onderhoud van rivierbeddingen, en zo meer.

Tel de mensen bij de bronnen
Afgezien van de lawine was het pad terug rustiger. Bij de weg omhoog (van Rabaçal naar parkeerplaats) waren nu duidelijk tekenen van een busdienstje, in de vorm van een vijftigtal wachtende mensen. Het even later arriverende busje leek niet aan veel meer dan 12 daarvan tegelijk plaats te bieden, en aangezien Indonesische toestanden (record: 28 man in een busje voor 12) hier wel zouden uitblijven zou er vermoedelijk enige wachttijd in het verschiet liggen. Ik had naar mijn gevoel nog niet gewandeld en had er geen enkel bezwaar tegen terug te lopen, maar Elise die de hele route al dapper op zere voeten had afgelegd dacht daar begrijpelijkerwijs anders over. Wat bleek: er was in het eerste het beste busje, nadat de voorsten van de rij waren ingestapt, nog plaats voor 1 persoon, en wie is er nou zo gek om in z'n eentje naar de 25 bronnen te gaan...? Haha! Opnieuw slaagden we erin het nuttige met het aangename te verenigen: ik was een kwartiertje later boven dan E, maar we waren er allebei sneller dan wanneer we een ondeelbaare tweeëenheid hadden gevormd.

Ook een betonnen levadawand is vruchtbare grond
De zon scheen nog altijd lustig, we stonden op de rug van Madeira en hadden naar noord en zuid vrij zicht. (Hoewel, vrij? Opmerkelijk genoeg deden zich nu aan de zuidkant wolkenformaties voor, terwijl de wind nog steeds noordelijk was.) Dit leek een uitgelezen moment om een kans te grijpen die we een goede week geleden hadden laten liggen: het natuurzwembad in Porto Moniz, waar we na de smerigste pizza sinds mensenheugenis geen trek meer in hadden gehad - nog afgezien van het feit dat we toen ook net een regenbuitje achter de rug hadden. Nu was het zonnig, waren wij warm, en zowel mentaal als lichamelijk zeer aan verkoeling toe. Porto Moniz was niet meer dan een ritje over de ruggengraat en bij het achterwerk naar beneden: kwestie van een half uurtje. (Ik zit me steeds af te vragen hoeveel keer groter dan Terschelling Madeira zou zijn? Meer dan vier, minder dan tien, is mijn schatting: maar de vierkante meters van boven gezien zijn natuurlijk lang niet het hele verhaal.)

Beetje naief. Zondag, het mooiste weer sinds meer dan een week? Ja, er waren meer mensen op het idee van zwemmen gekomen. Waar we vorige week met enige moeite en groot vertrouwen in de geringe afmetingen van onze auto nog een plekje gevonden hadden, was daar nu geen sprake van, zelfs niet na drie complete omgangen rond het stadje. (Voor de traditionele zeven ontbrak ons de puf.)

O Fio
Geen nood: we hebben nog een paar dagen stuk te slaan, en dat zijn niet allemaal zondagen terwijl het weer wel belooft mooi te blijven. Plus, het was bijna 16:00 uur en het hotelontbijt (3,5) was het enige dat we de hele dag nog hadden genoten. Als bij toverslag diende zich een ander idee aan: hoe zou het zijn eens een, weliswaar vroeg, echt Portugees avondmaal te gebruiken? Daarvoor bood de afstand tussen Porto Moniz en Funchal toch zeker speling genoeg. Hier bewees het van Janine & Ron geleende "Walk & Eat Madeira" zijn waarde: in Ponta do Pargo beschrijft het met veel enthousiasme het Casa de Ché o Fio, met als specialiteit: Espada with Wine and Garlic. "Espada" wordt in het Engels vertaald met "Scabbard Fish", wat ik wel erg grappig vind omdat de Nederlands vertaling toch echt "Zwaardvis" is. (Voor de goede orde: we hebben het nu even niet over "Walk Madeira".) Een handgeschreven aantekening "leuk & lekker" was voldoende ons over de streep te trekken.

De rit naar Ponta do Pargo liet het eiland van zijn droge en bloemloze, maar daarom nog niet minder groene en ruige kant zien. Het restaurant was snel gevonden, nog rustig in de volle zon gelegen. Dit is het uiterste westpuntje van het eiland, dus die zon zou het nog wel even volhouden, hoewel we alweer om het hoekje aan de zuidkant aanzienlijke wolkenmassa's konden waarnemen.

Beef stew + Schedevis
Zowel de schedevis als mijn brood+ei-soep en "beef stew" (officiële naam niet genoteerd) smaakten werkelijk uitstekend. We kunnen de notitie van Janine alleen maar onderschrijven. Een klein probleem diende zich wel aan op het betaalfront: ons gidsje vermeldde, en het lieve (bijna onderdanige) bedienende meisje bevestigde, dat hier niet gekaart kon worden. De summa summarum van onze portomonizen kwam akelig dichtbij het bedrag dat we misschien schuldig zouden zijn... Zorgvuldig hoofdrekenen suggereerde dat het allemaal goed zou gaan, inclusief de onontbeerlijke bica. Uiteindelijk restte zelfs nog een niet onaardige fooi. Wat weer aanleiding was tot een first in mijn beleving: onze bediening (die we ons cashflowprobleem hadden opgebiecht) kwam de fooi terugbrengen onder vermelding dat er voor dat bedrag ook nog wel een toetje inzat! Bijna ontroerend; we moesten haar verzekeren dat we helemaal geen toetje bliefden.

Architectonisch hoogtepunt: ons hotel
We zetten onze trip tegen de klok in voort. Van meanderende kustwegen ging de route allengs over in de al eerder doorboorde tunnels. Het hotel lonkte. De Spar-wijn bevat kurk en het balkonlicht is kaduuk, maar dat laat niet onverlet dat we alweer een mooie dag beleefd hebben. Hoogstens moeten we wat vroeger weg. Dat kan nog interessant worden.

O ja: Funchal is bewolkt, en van hieruit zou je niet raden dat de bergregionen en noordkant zonnig waren! Mijn weerkunde laat me in de steek. Zij die het weten mogen het zeggen.

Saturday, 9 August 2014

Zaterdag (sábado) 9 augustus: Nummer 0, niets

Uitputtend Madeira: outdoor spinning (leuk!)
Hebben wij Madeira uitgeput of Madeira ons? (Merk op dat die twee mogelijkheden elkaar niet uitsluiten.)

Het weer leende zich vandaag niet voor avonturen op hoogte: grote kans op regen volgens het lokale weerbericht, en inderdaad dikke wolken tegen de bergen. Funchal heb je in een middag wel gezien. Eventueel op de lijst staat nog eilandhoppen naar Porto Santo, een kleiner eilandje ten noordoosten waar ze echt strand hebben. Enig nader onderzoek leerde echter dat er dagelijks één boot gaat, om 8:00 's ochtends en om 20:00 uur 's avonds terug; vaarduur 125 minuten. Op het moment dat we keken was het uiteraard voor vandaag te laat, en het is maar de vraag of dit zo aantrekkelijk is.

Waarom een Nederlands consulaat?
In plaats van Porto Santo werd het vandaag ten eerste een stukje nog onontgonnen Funchal. Aan de zeekant van ons hotel ligt een parkje waar we doorheen gelopen zijn. Er blijkt in ieder geval een publiek toegankelijke badderplaats te zijn, dus als we toch nog even de Atlantische Oceaan in willen dan kan dat. We kwamen er ook nog bij toeval langs het Nederlands consulaat (waarom is er een Nederlands consulaat op Madeira?).

In het stadje ligt een intrigerend klein mini-fortje vooraan in de haven. Het hoho-commentaar van eergisteren had daar iets over gemeld dat ik niet helemaal opgepikt had. Leek in ieder geval de moeite waard om uit te zoeken: ik ben sowieso al heel mijn leven geboeid door kastelen, dit zou een mooie aanvulling op de verzameling kunnen betekenen. We liepen erheen, na te hebben geconstateerd dat we de bustijden en -routes niet snapten. Het was broeierig en warm - vervelend weer - maar een klein half uurtje lopen bracht ons op de bestemming. Bleek een voltreffer, want een opening voor een bizar verhaal.

Het complete Prinsdom van Portinha
Het Prinsdom van Pontinha, bestaande uit dit ene zeer vervallen fortje (Forte São José) en verder niets, claimt sinds 1903 een onafhankelijke staat te zijn, en daarmee het kleinste land ter wereld. Laat ik er meteen bij vertellen dat er in ieder geval een stukje eerbiedwaardige geschiedenis aan vastzit: het schijnt een uitgemaakte zaak te zijn dat de Portugese ontdekkers eerst voet aan wal zetten op dit (toen nog) eilandje voor de kust, alvorens de grote stap te wagen naar het eigenlijke Madeira. Maar het keerpunt kwam in 1903, toen een Portugese koning (Carlos I) het eilandje verkocht aan een Engelsman, en daarbij een document ondertekend heeft waarin hij daadwerkelijk afstand deed van dit stukje grondgebied. In 2000 is het weer overgekocht door een Portugees, die zich sindsdien Prins Renato Barros noemt en daar serieus werk van maakt.

De prinsdommelijke vlag
Carlos I zal destijds wel dronken zijn geweest, of krap bij kas, of allebei. Zo heeft een van de vorige Rectores Magnifici van de Universiteit Twente (wiens naam ik uit piëteit ongenoemd zal laten) in een enthousiaste bui na een copieus diner eens een samenwerkingscontract met de universiteit Osnabrück getekend waar niemand daarna ooit nog iets van gehoord heeft. Afgaand op wat ik erover op internet vind lijkt me die Barros gewoon gek (het gaat te ver om het als grap af te doen), maar wel leuk gek: zo heeft hij ook al gesolliciteerd als voorzitter van het IMF, met als argument dat hij als hoofd van 's werelds kleinste staat, met ook maar één burger, onafhankelijker is dan wie dan ook; en hij heeft plannen ontvouwd om zijn land voor 150 miljard over te doen aan een stelletje Arabieren. Ze lachten ook toen Portugal gesticht werd, zo luidt zijn redenering, en zie wat een succesverhaal dat geworden is. Vandaar dat hij nu zijn zaak aanhangig gemaakt heeft bij de VN: hij wil alle rechten die andere souvereine staten ook hebben, inclusief de 200 territoriale zeemijlen eromheen. (Volgens mij zijn dat er 20, maar ik citeer.)

Goed, dat was het Prinsdom van Portinha. Helaas waren de wolken er alleen maar lager en het weer er drukkender op geworden. Volgende activiteit: per auto (die de hele dag van geisteren werkloos is geweest) het Hortensia Tea House opzoeken. Bleek een goede keus: lekker rustig, koel (op het regenachtige af), een enorm stuk appelgebak, spelletje Yahtzee, nog wat met de eigenaar gebabbeld - die 77 blijkt te zijn, dus die opmerking over potentieel vaderschap was toch zo gek nog niet. Paar uur gezeten, dus dat schoot in ieder geval lekker op. Momenteel, terug in het hotel, geniet Elise van een welverdiende rust, zit ik wat te hobbyen (om maar te zwijgen van dagboekschrijven) en gaan we dadelijk weer de Madeiraanse keuken exploreren.

Hoe een stuk appelgebak een copieuze lunch kan zijn
Het weerbericht belooft betere tijden, de komende dagen doen we nog wat ANWB-nummers.

P.S. Ik heb nu een week volgemaakt met Portugese dagaanduidingen. Dit vooral ook om mijn verrassing deelachtig te maken over het feit dat ze hier de dagen tellen in plaats van namen te gebruiken, behalve dan voor zaterdag (Sábado) en zondag (Domenico); en ook dat die telling overduidelijk erkent dat zondag dag 1 is en niet dag 7. Wie de bijbel serieus neemt zou uit het feit dat zondag de christelijke rustdag is gemakkelijk kunnen opmaken dat dat dan ook wel de zevende dag van de schepping moet zijn geweest, waarop God rustte. Zie ook het feit dat de meeste kalenderprogramma's de keus openlaten om de week op maandag te laten beginnen. Maar nee, het is een PR-truukje van Constantijn de Grote geweest, die daarmee tegelijk het verschil met de Joodse sabbat benadrukte; zaterdag is sabbat (Sábado) is dag 7. Zo, dat weten jullie dan ook weer.

Friday, 8 August 2014

Vrijdag (sexta-feira) 8 augustus: Nummer 5, de botanische tuinen van Monte

Vollksgedans op het tegenovergelegen hotelterras
Gisteravond werden we in slaap gezongen door een live artiest vanaf het dak van het tegenoverliggende hotel. Er kwamen op een gegeven moment ook nog volksdansers aan te pas. Dat zal elke avond wel vaste prik zijn. Vannacht geslapen met de deuren open terwille van de temperatuur: wat geroezemoes de hele nacht maar op zich goed te doen.

Vanochtend weer een stukje hardgelopen, ik moest me er even toe zetten maar toch maar gedaan. Het was rond 9:00 al druk en warm op straat. Verrassend was dat zich onder de voetgangers nog zeker twintig andere hardlopers bevonden. Dat schept een band. Ik kwam tot de kathedraal (en terug).

De kabel omhoog: wanna pictjoer?
Naast misselijkheid en diarrhee (misschien beide wel bijwerkingen van medicijnen) blijft de voet van Elise ons toch het meeste plagen, Vandaag was hij weer in minder goeden doen. Het plan was toch al de kabelbaan naar boven te nemen, naar de botanische tuinen; maar daaraan gekoppeld had ik wel graag weer een levada gelopen, gewoon om de dag wat meer te vullen; helaas was het al snel duidelijk dat E's onderstel daar geen medewerking aan zou verlenen.

Vóór het zover was moest er natuurlijk nog wel ontbeten worden. Een upgrade ten opzichte van de Cabanas Village lag voor de hand en werd bewaarheid; het zou een 4 zijn als de yoghurtjes meer kleuren zouden bieden dan wit en felroze, de koffie drinkbaar zou zijn of de worstjes niet meteen van de vork af zouden vallen; nu moet het bij een 3,5 blijven.

Oh-oh, foute tuinen!
Met de hoho naar de kabel en vandaar naar boven was natuurlijk niet het issue. Het werd ons wel lastig gemaakt doordat er enerzijds de (echte) botanische tuinen zijn, die niet één maar twéé kabelbaantjes vergen, en anderzijds de tropische tuinen (1 kabel). We kozen voor botanisch, maar dat betekende een niet-triviaal stukje lopen tussen de twee kabels. Ook de tuin zelf was terrassig van aard, oftewel bevatte het een en ander aan hoogtemeters. Wel erg mooi trouwens; voor echt genieten moet je hier in april of mei zijn, maar het is verbazend hoeveel er ook nu nog in bloei staat. De presentatie was op zeer ouderwetse leest geschoeid, meer dan slecht leesbare latijnse namen van wat er groeide werd ons niet geboden. Het hoofdgebouw in het centrum bevatte ook nog een collectie opgezette dieren die me regelrecht terugvoerden naar het Natuurmuseum in mijn lagereschooltijd: zonder enige opsmuk of concessies, gewoon vitrinekasten vol dode vogels voorzien van wetenschappelijke naam, punt uit.

Quiz: wat voor bloem is dit? (tip: laatbloeier)
De botanische tuinen zijn groot en indrukwekkend, ik weet zeker dat mijn moeder zou smullen (ik zeg dit met opzet omdat ze toch al twijfelt of ze hier niet een weekje naar toe moet: ja dus, maar dan in mei!). We hebben nog niet de helft gezien. Ik doe straks een fotogalerij met quiz, alle lezers mogen reageren met suggesties van bloem- of plantnamen!

Het was inmiddels rond 14:00. Er naderde een beslismoment omtrent de invulling van de rest van de dag. De optie dat E. mede-levadaganger zou worden was duidelijk niet reëel. De uitkomst was dat ik dan in m'n eentje een stuk Levada dos Tornos zou lopen; Elise zou de hoho tot z'n bittere eind uitrijden - te weten, terug bij ons hotel - en dan het hotelzwembad opzoeken.

Rchts de tunnel (10km door de berg), links mijn pad
Aldus geschiedde. De Dos Tornos is een nieuwere levada, die z'n water uit het noorden haalt, via een 10 km lange tunnel dwars door de bergen transporteert om het vervolgens een eind door het zuiden kronkelend weer nuttig te besteden. De wandeling van vandaag begon bij het exit-punt uit de bergen. Om daar te komen vergde enig klauterwerk. Niks vlak, gewoon recht omhoog! Ik was blij dat het het bewolkt was, ook zo vloeide het zweet rijkelijk. Eenmaal op de hoogte werd het weer een kwestie van pad langs de waterloop. Ik begin oog te hebben voor de fijne verschillen: was de levada van eergisteren (van het groene ravijn) smal, ondiep, bemost, deels gemetseld en ergens onderweg voorzien van een merkteken dat 1929 vermeldde, deze was de breedste totnutoe (1 meter schat ik), een schone betonnen bak, en duidelijk van veel later datum (wat ik al wist trouwens). Verder aanzienlijk minder bewandeld en daarom minder van hekjes voorzien, wat het wel weer wat interessanter maakte want minder steil was het niet.

Hortensia Tea Garden: zoek de hortensia's
Het mooiste aan deze wandeling bleek echter de bestemming (voor mij) te zijn: de Hortensia Tea Garden. Ik had met mezelf afgesproken dat ik tot daar zou lopen en dan terug. Gebaseerd op de ervaring tot op dit moment stelde ik me bij deze Tea Garden niet meer dan een tamelijk sfeerloze uitspanning aan de kant van de weg voor, maar dit bleek een volkomen misplaatst vooroordeel te zijn. Het was een in het midden van een stelsel met smalle paadjes verbonden prachtige romantische tuinen gelegen al even prachtig gebouw, met leuke terrasjes aan alle kanten. Zeer ondruk: men verwachtte een groep werd mij verteld - toen ik wegging was die nog niet gearriveerd. Een onverwacht hoogtepunt, ik moet Elise dit laten zien! Ik genoot een "sugar-cane honey cake" en een bica. Een kort gesprekje met de eigenaar/uitbater leerde dat hij de druk van het onderhouden van dit magnifieke geheel erg zwaar begon te vinden (hij kon mijn vader dan ook wel zijn zei hij - ik schatte hem nog geen zeventig maar heb dat met een opmerking over jong beginnen laten passeren). Op mijn vraag waarom er zo weinig hortensia's te zien waren (heel Madeira staat er barstens vol mee maar in de Hortensia Tea Garden overheersen ander bloemen) leerde ik dat hij ze te laat gesnoeid en daarmee hun bloei verstoord had, tot zijn grote spijt: men dient dat in november te doen, en niet in januari. Als ik volgend jaar terugkwam beloofde hij me zeeën.

Goed, dan nu de beloofde quiz voordat ik mijn avonturen afrond. Antwoorden graag in de vorm van commentaar op deze blog, en elke poging is welkom!

Quizvraag nr 1 (botanisch): Dit zijn ... en ...

Quizvraag nr. 2 (botanisch): Dit is ...

Quizvraag nr, 3 (botanisch): dit is ...

Quizvraag nr. 4 (botanisch): dit is ...

Quizvraag nr. 5 (botanisch): dit is ...

Quizvraag nr. 6 (botanisch): dit zijn ..., ... en ...

Quizvraag nr. 7 (levada): dit is ...

Quizvraag nr. 8 (levada): dit is ...

Quizvraag nr. 9 (levada): dit is ...
Quizvraag nr. 10 (levada): dit is ...

Quizvraag nr. 11 (levada): dit is ...

Dagafsluiting
Ik vond het zo ook al schitterend, zoals uit bovenstaande moge blijken; maar toch moest ik terug. Een iets kortere route, in volle vaart langs een groep Fransen die daar zo van schrokken dat ik er één bijna het ravijn in gezonden had, leidde me terug naar de kabelbaan; deze op zijn beurt terug naar Funchal, waar een goed half uur doorstappen me weer bij het hotel bracht. Elise trof ik daar bij het al vermelde zwembad aan; een aanzienlijk serieuzer opgezette faciliteit dan in ons vorige hotel. Na me passend gekleed te hebben voegde ik me bij haar, voor een verkoelende duik en een korte verpozing in de (hier wel schijnende) zon.

De noodzakelijke alcoholica en versnapering gebruikten we bij de Hole in One, een op Ierse-pub-leest geschoeide biertuin op loopafstand (heerlijk!). De keus aan tapbier bleek dusdanig klein (basically een Ierse stout of het lokale goedje genaamd Coral) dat we toch maar weer overgingen op ww, maar dat mocht de pret niet drukken. We hebben alle ons omringende stellen, met en zonder kinderen, volkomen de grond in geanalyseerd.

An die Arbeit!
De avond werd afgerond door een sessie op het balkon, geen wind dit keer maar wel live muziek van de overkant. Zodadelijk deze blog en de foto's uploaden. Daarna zal mijn datalimiet wel overschreden zijn; dat lossen we dan wel op.