 |
| Linksom of rechtsom: De Pico Ruivo |
Het idee dat Elise deze vakantie nog serieus zou kunnen wandelen heb ik definitief opzij gezet. Zelf wilde ik nog wel erg graag de als uitdagendst gepresenteerde tocht van het eiland doen: van de op één na hoogste top, de Pico Areeiro, naar de hoogste, de gisteren al aangekondigde Pico Ruivo. Hoogteverschil maar een meter of 40, hoe uitdagend zou het kunnen zijn? Nou ja, ons boekje vermeldde voor heen+terug vijf uur, voorwaar geen kattenpis. Wel lang voor Elise om niets te doen, maar in ieder geval was er bij het beoogde startpunt een restaurantje, dus een plek om te zitten.
Met de ervaring van eergisteren in het hoofd had ik E. overtuigd dat het goed zou zijn eens een keer tijdig te vertrekken. Na een verschrikkelijke nacht, deels door het van luide muziek vergezeld gaande demonstratiedansen op het terras tegenover, deels door de tot diep in de nacht rokende buren op het volgende balkonnetje, deels ook door de temperatuur in de kamer, lukte het toch om als eersten om 7:30 de ontbijtzaal te betreden, en een uur later de auto in te stappen. Een beetje een gok was dit wel, want weliswaar duidden de voorspellingen op een heldere hemel, maar ja dat hadden ze gisteren ook gedaan. Gelukkig: zowaar leken werkelijkheid en voorspelling een keer op één lijn te liggen.
 |
| Rechts achter als je héél goed kijkt de windmolens van gisteren |
De route naar de Pico Areeiro, waar je helemaal naar boven kunt rijden, was voor een groot deel gelijk aan het inmiddels bekende traject naar Ribeiro Frio. We beginnen Funchal goed genoeg te kennen om de auto zonder veel problemen de juiste kant op te wijzen. De enige variatie werd geboden door het feit dat de 30-litertank van ons Peugeootje voor de tweede keer leeg was. Na maar een klein aantal volstrekt illegale verkeersbewegingen was dat rap opgelost.
 |
| De windmolens, uitvergroot |
De broccoli in de titel van deze dag slaat op het effect dat ontstaat bij rijden door een bos in zonnig weer: zeer heldere (open) en diepdonkere (overgroeide) stukken weg lossen elkaar in hoog tempo af, hoger dan waar onze ogen op berekend zijn. Een zonnenbril helpt dan ook niet meer, of verergert de situatie zelfs. De term "broccoli" heb ik geleend van Mart Smeets, die hem gebruikte in verband met een wielerwedstrijd tijdens de Olympische Spelen in London. (Hij vond het in dit verband onbegrijpelijk dat die vervelende takken niet gewoon voor deze gelegenheid even afgezaagd waren, nu kon je uit de lucht ook bijna niets zien. Sportverslaggevers hebben hun waarden niet altijd helemaal op een rijtje.)
 |
| Trappen... |
Vanaf de Pico Areeiro had je in ieder geval al een fantastisch uitzicht, niet helemaal wolkenvrij maar wel zeer wolkenarm; onder andere op het plateau met de molens vanwaar we gisteren ook dit bergmassiefje hadden gezien - maar nu lagen er zowaar nog dalen tussen, in plaats van alleen maar een wit wolkendek. Druk was het in ieder geval nog niet op de vrij grote parkeerplaats; de vroeg-op-strategie was in zoverre in ieder geval een succes. Naast ons propte een jong, Scandinavisch aandoend echtpaar een protesterende eenjarige in een draagrugzak, er stonden misschien nog tien auto's, maar dat was het dan. Elise strompelde van de auto naar het restaurantje en wuifde mij daar uit, terwijl ik de (onvermijdelijke) afdaling inzette.
Het pad begon prima aangelegd, maar ging wel meteen ver naar beneden, met veel traptreden. Heel ver en heel veel. Dat stuk, en meer, moest ik natuurlijk ook weer omhoog. Tja, ik wou toch een pittige wandeling? Spectaculair was het wel, het was een leuk spelletje te raden welke kant het pad na de volgende bocht op zou kronkelen. Na een half uur deed zich een splitsing voor, met een langere en kortere variant. Ik koos de langere, met de bedoeling terug (als ik moeier zou zijn) de andere te nemen. Vanaf dat moment ging het pad niet alleen meer omlaag maar ook omhoog, en werd voelbaar hoe steil zo'n steentrap eigenlijk kan zijn. Het was dicht begroeid (broccoli), dit pad wekte de indruk minder bewandeld te zijn. Op een relatief vlak en zanderig stuk sodemieterde ik voorover, ik kon me met wat schaafwonden op handpalm en knie nog enigszins opvangen. Niets aan 't handje (haha).
 |
| ... méér trappen ... |
Toen de twee paden zich weer samengevoegd hadden kwam het zwaarste stuk: het ging weer omhoog en ditmaal wel buitengewoon steil. Stukje in de felle zon en uit de wind bovendien, hijg hijg puf puf. Elise zou dit ook met normale voeten nooit kunnen lopen volgens mij. Ik kwam de Scandinaviërs weer tegen die ik eerder voorbijgewandeld was; met een kind op de rug leek me dit al helemaal loodzwaar (en voorover sodemieteren is nog een veel slechter idee), maar ze leken er minder moeite mee te hebben dan ik. Dat kan natuurlijk niet aan leeftijdsverschil of zoiets mals liggen.
Het supersteile stuk leidde over een kleine pas. Daarna werd het weer beter te doen: geen traptreden van 35 cm meer, en ook een veel zorgvuldiger aangelegd pad. Dat leek erop te wijzen dat ik mijn bestemming bijna bereikt had, en inderdaad trof ik kort daarop op de aanvoerroute vanuit het noorden, die ook de Pico Ruivo opleidt maar dan via een wat minder uitdagend wandelpad. Daar hadden we wel een paar keer naar gekeken toen we nog in het noorden bivakkeerden, maar het weer was er toen telkens niet naar.
 |
| Linksboven: het witte bolletje op de Pico Areeiro |
Al met al had ik wel zo'n 2 uur gedaan over de 7 horizontale kilometers van A naar R: het was nu tegen twaalven - maar nog steeds vroeg genoeg om het rijk grotendeels alleen te hebben. Alleen de kinddragende Scandinaviërs volgden me nog steeds op de voet. De rugzak met nu slapend kindje werd veilig geparkeerd. Ik heb even met ze gepraat; kon het accent niet helemaal thuisbrengen, wat me doet vermoeden dat het Noren of IJslanders moesten zijn, want volgens mij ken ik het Deense en Zweedse accent goed genoeg. Ze vertelden me dat de kreten die we aan het begin op de parkeerplaats gehoord hadden geen protest waren maar ongeduld: de rugzak is de favoriete verblijfplaats van Jr, hij kon niet wachten op de wandeltocht. Het was in ieder geval een superstevig ding, dat tegelijk dienst deed als dagrugzak.
 |
| Een tevreden wandelaar |
Madeira lag aan onze voeten. Heel in de verte was de merkwaardige witte kunstmatige bolvorm te zien op de Pico Areeiro, vanwaar ik gestart was. Zoals de lezers allang begrepen hebben zijn het niet de 40 meter hoogteverschil tussen daar en hier die de zwaarte van deze wandeling uitmaken, maar de honderden andere meters die je in een verticaal landschap als dit ter overbrugging nodig hebt. Je kon van hieruit trouwens ook naar de Pico Ruivo do Paúl (van gisteren) doorlopen, nog eens 11 kilometer. Dat zat er nu even niet in: Elise wachtte - anders had ik het natuurlijk zo gedaan.
De terugweg bood nog een klein beetje variatie omdat ik de kortere route opgespaard had. Deze bleek daarnaast ook een heel stuk horizontaler. Wel was ik inmiddels moe genoeg om toch evenveel tijd nodig te hebben als heen. Graag had ik het laatste stuk op een holletje gedaan om indruk op Elise te maken, maar dat zat er helaas niet meer in. Moe maar voldaan zeeg ik neer op een restaurantstoeltje om daar pas na een paar bier, aanvullend water en een stevige tomatensoep weer uit op te staan. De parkeerplaats was inmiddels compleet vol.
Over de rest van de dag valt weinig te berichten: terug naar het hotel, nog een paar uurtjes zwembad, eten bij dezelfde Italiaan die we al twee keer eerder bezocht hadden (we zijn wel erg avontuurlijk bezig). Blog schrijven; uploaden en van foto's voorzien komt straks. Ons programma is nu helemaal afgewerkt: we weten niet wat we morgen nog moeten doen. De les wat mij betreft: Madeira is een prachtig eiland, maar één week, of op z'n allerhoogst 10 dagen, is echt genoeg.
is er niet ergens een boekje te koop " flowers on Madeira"?
ReplyDeleteNiet gezien (maar ook niet echt naar gezocht) helaas...
DeleteOp je opmerking over de grootte van Madeira t.o.v. die van Terschelling: wikipedia deelt mee dat Terschelling 680 km2 en Madeira 741 km2 groot zijn. Maar bij de kleinere letters wordt bij Terschelling tevens vermeld, dat 86 km2 land is en het overige oppervlak water is. M is dus bijna 9 keer zo groot als T. - Of, als je naar het verticale element kijkt, de som van de duinhellingen het verliest van de som der berghellingen, daarover wordt bij wikipedia niet gerept. Wim
ReplyDeleteSnap het niet helemaal: waar liggen die 594 waterige km2 van T dan? Zijn dat de gemeentegrenzen misschien, dus gewoon een heel stuk Waddenzee?
DeleteDe vuurtorenduin bij West is de hoogste berg van Friesland, maar 1861 meter haalt-ie toch echt niet ;-)