 |
| Zee of zwembad: waarom kiezen? |
Toch nog een zinvolle invulling gevonden voor deze nummerloze dag! Het eilandje Porto Santo (ANWB nummer 15) hebben we laten schieten, die 2 keer 205 minuten varen om resp. 8:00 uur en 20:00 uur waren te onaantrekkelijk, zeker op een laatste dag. In plaats daarvan hebben we een derde en finale poging gewaagd verkoeling te zoeken in het zeezwembad aan de andere kant van het eiland (eerste keer te regenachtig, tweede keer te druk). De zon scheen lustig, maar met een enigszins tijdig vertrek zou er op een niet-zondag voor ons misschien nog wel een plekje zijn.
Het idee pakte redelijk tot goed uit. De noordkant was zoals we ons hem herinneren: bewolkt - maar niet heel zwaar. Bij het zwembad was het zo ondruk dat we de auto er direct vóór parkeren konden, maar niet zo ondruk dat we ons er ongemakkelijk bij hoefden te voelen. Na onze aankomst bleef het ook voortdurend verder vol stromen. Het weer was eigenlijk best aangenaam, zeker gezien het feit dat we ons allebei gisteren bij het zwembad een beetje verbrand hebben: volle zon was sowieso gecontraïndiceerd.
 |
| Zout en koud |
Een leuk zwembad, het moet gezegd worden. Midden tussen de vulkaanrotsen aangelegd, keurig gedaan, behoorlijk groot en met voldoende ligplaats. Bij hoog water moet de zee voor automatische aanvulling van het badwater zorgen (dat dan ook zout en koud is), maar daar was het tij nu jammer genoeg niet naar. Toegang 1,50 pp, ligbedje nog eens 1,50 pp - ik ken zwembaden waar je per persoon het dubbele kwijt bent van wat het ons hier in totaal kostte. Het was dan ook duidelijk populair, niet alleen onder toeristen, of misschien wel niet hoofdzakelijk onder toeristen. Een Portugees sprekende drukte van belang. (We vinden trouwens allebei dat Portugees nogal op Russisch lijkt. Volgens mij komt dat door de S-klanken die in beide talen zitten.)
 |
| De vallei der nonnen: linksboven (héél klein) ons restaurant - met kraan |
Zoals dat bij een zwembad gaat hebben we nauwelijks gezwommen, alleen maar boekje gelezen. Na een anderhalf uur (rond 14:00 uur) begon Elise het koud te krijgen en was het uit met de pret, en tijd voor het tweede dagdeel: een bezoekje aan de Nonnenvallei, om precies te zijn het dorpje Curral das Freiras - de Stal van de Nonnen. (Freira, non, klinkt alsof het etymologisch wel eens "vrouwelijke broeder" zou kunnen betekenen, een grappige herkomst.)
 |
Geschiedenig in beeld: Nonnen aan de kastanjelikeur |
De geschiedenis achter dit plaatsje is dat de bewoonsters van een nonnenklosster het vanuit Funchal als vluchtplaats heeft opgezocht toen er Franse kapers op de kust waren, in 1566. Als je het zo leest in de boekjes zijn ze er ook niet meer vandaan gekomen tot het midden van de twintigste eeuw, toen de eerste verharde weg ernaartoe aangelegd werd. Die voorstelling van zaken houdt uiteraard niet lang stand: de bijbel erkent maar één maagdelijke geboorte. Hoe het ook zij, dat het een erg moeilijk bereikbare vallei is staat als een steile rots van 500m boven water. Zelfs nu er sinds een jaar of tien een nieuwe tunnel is geboord komt de weg niet in de buurt van de rivier die vanzelfsprekend de geleidelijkst glooiende route vormt, maar gaat via een pas die 300 meter hoger dan het dorp zelf ligt.
De isolatie van de vallei betekent ook gebrek aan wind, en aangezien de zon de hemel geheel in zijn bezit had (op een reepje wolken na dat telkens boven de noordwand heen piepte maar al snel tot de conclusie kwam dat het daar niets te zoeken had) was het zo warm als we het de hele vakantie nog niet gehad hebben. De wandeling die ik eventueel nog voor mezelf in gedachten had gehad verdampte spontaan. In plaats daarvan zochten we na een verfrissing in het dorpje een hogergelegen restaurant op vanwaar we een er fabuleus uitzicht op hadden, en voor de laatste avond uit de band sprongen met kip (Elise) resp. Entrecôte (ikzelf) met... kastanjesaus, de specialiteit van deze vallei. (Je kunt er kastanjejam kopen, kastanjegebak, kastanjelikeur, ...) Het was verrassend lekker. Elise claimde uit elkaar te zullen ploffen, maar deze Monty Python-scene bleef ons bespaard.
 |
| De zaken gaan goed |
Behalve door het uitzicht werden we vermaakt door bouwvakkers die in de ongetwijfeld nog zeer hete zon aan een uitbreiding van het restaurant/hotel metselden, in een tempo dat meer dan recht deed aan de temperatuur. De zaken moeten dus goed gaan, al was dat aan de verder geheel lege dinerzaal (capaciteit 200 man) niet af te lezen. Geen afleiding dus in de vorm van andere eters, hoogstens in de vorm van de vier kellners die ons beurtelings kwamen vragen hoe de kastanjesaus was. (Lekker, lekker lekker, lekker.) Toegegeven, het was een vroeg diner; maar toen we om 18:00 uitgegeten waren, was de zaal nog net zo leeg. Het hout in het lustig knappende haardvuur was wel ververst, daar lag het niet aan.
 |
| Curral das Freiras: Escher is er niets bij |
Het was een kort ritje terug, maar lang genoeg om de bewering dat we Funchal nu wel een beetje kennen te logenstraffen: onbedoeld en ongewenst reden we wat overtollige kilometers. Zo werd het niets met mijn vage hoop dat we nog even van ons eigen hotelzwembad zouden kunnen genieten. Dan maar direct naar de kamer om de eerste voorbereidingen te treffen voor de terugreis morgenvroeg (maar niet idioot vroeg), deze dagboekepisode te schrijven, en straks tijdig naar bed te gaan - al valt te vrezen dat er vanwege warmte en lawaai wel eens net zo weinig van slapen zou kunnen komen als de afgelopen twee nachten. Hoewel, terwijl ik deze woorden typ begint de zon zich te verschuilen achter uit het noorden opkomende wolken (de aanhouder wint); dat zou voor de nachttemperatuur plezierige consequenties kunnen hebben. Zo wordt de overgang naar het naar verluidt herfstachtige weer in Nederland ook wat laagdrempeliger.
Dit is mijn laatste dagboekbijdrage. Morgen is het standaardwerk van een terugreis, daar valt weinig boeiends over te vermelden. Als we neerstorten of neergeschoten worden is het wat anders natuurlijk, daar zal ik dan zeker nog verslag van uitbrengen. Overigens is het: tabé Madeira, leuk je gekend te hebben! En voor mijn lezers: oogjes dicht en snaveltjes toe; slaap lekker!
Jullie hebben toch ook weer heel andere dingen gezien en gedaan dan wij. Leuk om te lezen! En voor morgen: goede reis!
ReplyDelete