 |
| Pouco nublado |
Voor het eerst konden we vanochtend bij het opstaan achter ons een paar bergtoppen zien! Het lokale weerbericht had het voor het berggebied over "Céu entro o pouco e muito nublado", wat je met wat fantasie kunt vertalen in "naar verwachting tussen licht en gemiddeld bewolkt". Meer vragen we niet: dit was de uitgelezen (om niet te zeggen bijna laatste) kans om tenminste één hogergelegen, vanuit dit gebied goed bereikbare wandeling te doen. Elise had in ons trouwe boekje als bestemming Quemadas gespot, vanwaar een zeer gemakkelijke begaanbare weg (ook voor blinden en slechtzienden, dus vast ook voor haar) de ene kant op leidt, naar een uitspanning alwaar zij onder genot van een verfrissing wat chats en puzzels zou kunnen afwerken; en een van de alomtegenwoordige levada's, met de spannende naam "Levada do Caldeirão Verde", een kilometer of 6 en een beetje de andere kant op. Mooie gelegenheid de effectiviteit van de pillen en de bruikbaarheid van de nieuwe schoenen te testen, terwijl ik toch ook nog het gevoel krijg iets te doen te hebben.
Zo bedacht zo gedaan, na het ontbijt ging het met de auto de hoogte in, via een smal weggetje in het achterland van Santana naar het op 900m gelegen Quemadas. Een van de smalste en steilste totnogtoe, er waren wel netjes om de paar honderd meter passeerplaatsen, maar ik was blij daar geen gebruik van te hoeven maken, ook al omdat het aantal bruikbare versnellingen tot één gereduceerd was. Tegelijk brak de hortensiadichtheid nieuwe records.
 |
| Groen, groen, groen (met wat blauw erachter) |
Bovenaan bleek dat het niet zo was dat er op deze weg geen verkeer is, hoogstens dat het 's ochtends allemaal één kant opgaat. We waren vroeg genoeg om niet al te creatief te hoeven parkeren - en trouwens, op dit punt (zoals al veel vaker deze week) hadden we natuurlijk het voordeel van het feit dat we voor de kleinst beschikbare huurauto (met airco) hebben gekozen. Er wezen duidelijke borden naar oost (voor Elise) en west (voor mij), dus hier scheidden zich onze wegen.
Met het excuus Elise niet te lang te hoeven laten wachten kon ik heerlijk de benen strekken. Enige obstakel vormden de files andere wandelaars, op dit tijdstip nog voornamelijk dezelfde kant op wandelend. Gelukkig is men zeer voorkomend, en trouwens het pad was op veel plaatsen breed genoeg voor een passeerbeweging. De "dankuwels" in het Spaans, Portugees, Duits, Frans, Engels en Vlaams waren niet van de lucht. (Nog nooit zoveel Fransen buiten hun eigen land aangetroffen.) Dit was denk ik de drukste wandeling totnutoe, misschien (maar ook niet meer dan misschien) met uitzondering van het schiereiland, Porto de São Lourenço. Maar wat wil je, het was prachtig weer, en een prachtige wandeling: steil als nooit tevoren (de bergwanden dan, het pad was levada-vlak), meestal te begroeid aan dalkant om veel te kunnen zien maar met onverwachte doorkijkjes over het zonovergoten groene, groene landschap; dit keer met op de achtergrond de zee (we keken hoofdzakelijk naar het noordoosten).
 |
| Het groene ravijn (belichting niet fijn) |
Het pad splitste zich na een tijdje, maar mijn beoogde richting was opnieuw duidelijk aangegeven. Als je vervoer kunt regelen kan je via dit pad een doorgaande wandeling maken: volgens de kaart kom je in de buurt van São Jorge uit, niet al tever van ons hotel dus. Maar dat was nu niet de opzet: ik wilde naar het groene ravijn. Dat bleek te slaan op het beginpunt van de levada, voor mij het eindpunt van de wandeling, en de naam was niet slecht gekozen. Eergisteren had ik het al over 50m steile rotsen omhoog, hier waren ze minstens net zo hoog, vrijwel onbegroeid en ongenaakbaar in hun verticaliteit. Ravijn ja dus; groen ook, want vrijwel onbegroeid is nog lang niet helemaal onbegroeid: mos heeft maling aan hellingshoeken.
Na een half zakje M&M's, die niet leken te weten dat ze alleen in de mond smelten, maakte ik rechtsomkeert. Geen last meer van medewandelaars, hoogstens van tegenwandelaars. Het traject kent twee tunnels van enig formaat, een rechte van plm 100 meter en een bochtige die denk ik iets korter is; de zaklantaarn (die ik gelukkig wel meegenomen had) beleefde dus zijn eerste momenten van glorie. Het was bukken hier en daar, maar het pad was breed genoeg en vlak; goed te doen.
Toen ik weer bereik had stuurde ik E een berichtje waar ik was. Ik had nog wel door willen lopen naar haar restaurant, maar ik kreeg een berichtje terug dat er daar niets aan was, en dat zij dan ook terugliep. De voet is wat beter, maar niet genoeg om te concluderen dat de jicht-diagnose correct was, eerder dat de diclofenac de pijn helpt verlichten; de schoenen bevallen goed. 50% score. We hadden liever de andere 50% gehad.
 |
| Een doodongelukkige Elise |
De wolken waren terug, maar dun genoeg om te denken dat het misschen op ons terras wel zonnig zou zijn. We besloten daarom deze laatste dag (morgen vertrekken we naar Funchal) af te sluiten met een middagje niksen. Vandaar dat ik nu, inderdaad in de volle zon, al om 16:00 uur 's middags het dagboek van vandaag zit te schrijven. Aangezien het onwaarschijnlijk is dat er vandaag nog iets vermeldenswaardigs gebeurt (ik heb gisteren Elise's 6 Yahtzees al geëvenaard, dus dat hoeft niet meer, en Elise heeft zojuist het zwembad uitgeprobeerd, dus dat kunnen we ook afvinken) laat ik het hierbij. Straks eten in het Central Park restaurant in Ribeira Funda, eigenlijk meer een snackbar, maar met het voordeel van loopafstand. Resteert alleen nog het frustrerende proces van foto's uploaden (gebrekkige verbindingssnelheid), maar dat stel ik tot vanvond uit, of misschien wel tot morgen als we in een hopelijk (in dat opzicht) beter geoutilleerd hotel zitten.
No comments:
Post a Comment