 |
| Hint: Mirabouro = uitzichtspunt |
Van de drup in de regen: zoals door alle weersites voorspeld was het vandaag niet meer te ontkennen dat het ook in augustus gewoon kan plenzen op Madeira. Aan de noordkant, wel te verstaan. De mieren vonden het wel lekker weer en hadden het in onze badkamer duidelijk naar hun zin. Toen we dit aan het (overigens zeer aardige) meisje van het hotel meldden kwamen er eerst weer duizend excuses, en vervolgens de merkwaardige opmerking (in onze oren) dat het ook zo warm was de laatste tijd. Dat had ze ook al gezegd toen we hier aankwamen, maar we kunnen haar mening niet delen. Nat ja, warm nee. Ook niet koud, maar niet koud is niet hetzelfde als warm. Misschien bedoelt ze wel nat, maar haar Engels is verder boven verwachting goed, de verwisseling van "wet" met "warm" wil ik haar eigenlijk niet aanwrijven.
Niet getreurd, het eiland heeft ook een zuidkant; en hoewel het een beetje jammer is daar de hoogtepunten van weg te snoepen terwijl we officieel in het noorden bivakkeren, zou het aan de andere kant zot zijn te doen alsof we niet die vijftig of zo kilometer kunnen rijden voor omstandigheden die wat meer lijken op waar je voor naar een (sub)tropisch eiland gaat.
Lange Rede, kurzer Sinn: op naar een van de hoogste verticale rotswanden ter wereld: de Cabo Girão, 600 m boven zeespiegel, allemaal binnen 10 horizontale m. Ik denk niet dat je zelf kunt voelen of je 200, 400 of 600 meter naar beneden kijkt, maar het klinkt wel erg veel.
 |
| Einde weg |
De geplande route was via São Vicente, maar al na een halve kilometer rijden bleek dat daar een kink in de kabel zat, in de vorm van een boom over de weg! Fors genoeg om een andere route noodzakelijk te maken; voor ons niet zo'n groot probleem omdat linksom of rechtsom in dit geval werkelijk niet zoveel uitmaakte, maar stel dat je echt naar São Vicente moet: dan ben je mooi in de aap gelogeerd, er leidt heus geen andere weg naar toe, behalve via Funchal helemaal aan de zuidkant. Connectivity 2, in graaftheoretische termen. Geen redundantie in het wegennetwerk. Zonder jargon: de afstand tot S.V. was plotseling verlengd van 20 km tot (minstens) 125 km.
Goed, rechtsom dus. Het proto-idee over de berg heen te rijden in plaats van eromheen lieten we varen bij het zien van de laaghangende bewolking. Tot aan het vlieveld bleef die laag boven ons hangen, en regende op ons neder; toen was het plotseling voorbij en zonnig. Weerkunde in actie - ze zouden alle zesdeklas VWO-ers een weekje naar Madeira moeten sturen!
 |
| 200m? 400m? Nee, 600m! |
Rond Funchal was het verkeer aanmerkelijk drukker maar de weg ook breder, dus we jakkerden met de hoogste snelheid waarbij onze auto nog veilig aanvoelt (100 km/u) verder naar het westen, tot de afslag bij het uitzichtspunt van Cabo Girão. Daarna was het back to normal en kon ik mijn verworven vaardigheden op het gebied van snel tussen 1 en 2 schakelen, hellingproeven voor- en achteruit en zo meer weer demonstreren.
Inderdaad, je kijkt daar een heel stuk naar beneden. Het uitzichtspunt zelf is druk genoeg bezocht om er wat werk van te maken, ze hebben een groot balkon gebouwd dat zelfs iets uitsteekt, met een glazen vloer zodat de hoogtevrezenden onder ons ook al duizelig kunnen worden zonder over de rand te hangen. (In één van de glazen tegels zat een barst, vond ik een leuke touch.) Tjonge wat een eind. Er voeren wat bootjes voor de kust, dat maakte het iets gemakkelijker de schaal te begrijpen.
 |
| Bootjes van boven (links de rondvaartboot vanuit Funchal) |
Hoe bijzonder ook, na een minuut of 10 heb je het bij zo'n uitzichtspunt toch wel gezien, en omdat we natuurlijk niet alleen daarvoor dat eind hadden gereden wijdden we ons aan het volgende agendapunt: een bezoekje aan een nabijgelegen kabelbaantje dat ons naar zee zou kunnen laten afdalen. Nabij als in: op loopafstand. Helaas bleek hier andermaal dat de ene voet de andere niet is: de afdaling, met daarin een flink aantal trappetjes, bleek teveel voor die van Elise. Nou ja, dan toch maar de auto er weer bij gepakt. Het kabelbaantje was fluks gevonden, en zo rustig dat ze speciaal voor ons de motor aan moesten zetten. Je gaat er nog eens 300m omlaag, naar een stukje strand (daarover straks meer) waar je verder alleen per boot kan komen. Er liggen ook nog wat bebouwde veldjes, en het was dus vroeger echt zo dat de boeren eerst de boot moesten pakken voordat ze aan de slag konden - terwijl ze zich nu lekker per kabel kunnen laten afzakken.
 |
| Even wachten nog, fotostop! |
Van jongsafaan, zolang als ik mij heugen kan eigenlijk, ging ik met mijn ouders kamperen op Terschelling. Strand maakte daar een belangrijk deel van uit. Het strand op Terschelling, net trouwens als op de andere Waddeneilanden, is een brede strook mooi geel zand van een halve kilometer van duinenrij tot zee. Kortom, strand! Als rechtgeaarde snob heb ik daarna minachtend gesnoven over wat men elders strand noemt: de kiezelstranden van Engeland bijvoorbeeld, of de magere reepjes zand waar ze het aan de Middellandse zee mee moeten doen (waar dan nog het gebrek aan branding als minpunt bijkomt, maar dat laten we nu maar even buiten beschouwing).
 |
| Zon, zee, ... ehh ... |
Madeireens strand deel ik bij dezen in bij de armoedigste die ik ooit onder die naam heb horen verkopen. De korrelgrootte van het strand van de Fãjas do Cabo Girão bij oversteeg het niveau van kiezels ruimschoots: forse keien waren het, gelukkig wel rondgeslepen door de zee (als keilstenen zouden ze uitstekend dienst kunnen doen) maar voor mij met blote voeten niet te belopen. We waren niet helemaal handig geweest door na de afgebroken wandelpoging niet van schoeisel te wisselen, dus we liepen daaronder op onze wandelkistjes. Die brachten ons naar een als zetel bruikbare steen vlak aan de waterkant, maar om te pootjebaden waren we op onze voetzolen aangewezen. Elise heeft het zich voortschuivend tot een heuse zwempartij gebracht, ik zocht na een kort uitstapje snel de veilige steen weer op. Overigens zagen we de paar andere badgasten zich wel blootsvoets over deze stenengalerij bewegen, we zijn kennelijk grote aanstellers.
Na een klein uurtje zitten onder genot van een boekje aanvaardden we de kabel terug. Het benedenstation werd kennelijk per camera goed in de gaten gehouden, want de gondeldeurtjes gingen netjes voor ons open nog voordat we ons goed en wel konden afvragen hoe we onze aanwezigheid kenbaar moesten maken. Bovenaan was een klein restaurantje waar we een verbazend smakelijke hamburger verorberden, plus voor mij een bica (espresso, met een iets gronderiger smaak, prima om de cafeïnespiegel op peil te houden).
 |
| Levada in je achtertuin |
Een wandel-app gaf het bestaan aan van een levada op loop- dan wel korte rijdafstand. Dat leek na onze rustpauze een mooi volgend programma-onderdeel. Een instappunt bevond zich iets hogerop (nog boven het uitzichtspunt). De opzet was identiek aan die van gisteren, maar omdat het hier een stuk bewoonder is was het toch een heel andere ervaring: de levada diende tegelijk als verbindingsweggetje tussen achterdeuren, en als handig traject voor een eigen tuintje. Overigens staat deze in tegenstelling tot die van gisteren kennelijk niet in al teveel boekjes, want niets wees erop dat hier druk gewandeld wordt.
 |
| Bolemen en slingers |
We deden maar een paar kilometer, deels omdat E's voet toch wel behoorlijk opspeelde, deels ook omdat op deze hoogte de wolken die ons totdantoe met rust hadden gelaten ons nu met een paar drupjes bejegenden. Dus maar weer naar beneden getuft, ditmaal naar het havenplaatsje Cãmera de Lobos, dat ons ANWB-boekje met een vrolijke foto verlevendigt. Aan wegwijzers andermaal groot gebrek, maar door bij elke keuze consequent voor de route naar beneden te gaan kwamen we toch snel aan op de plaats van bestemming. Daar werden we opgewacht door een muziekkapel en een midden op de straat uitgespreid bloemenkleed (letterlijk), vergezeld door slingers van hetzelfde soort die we eergisteren al in Santana hadden gezien, en vanochten ook al in São Jorge. Er is ook sprake van vaag zwitsers aandoende vlaggen of banieren. Iets wordt er gevierd, maar wat dat is hebben we nog niet kunnen achterhalen. We hebben overigens nog niet de drastische stap genomen dit aan een plaatselijke inwoner te vragen: speculeren is ook wel leuk.
Het haventje lag iets verderop, en voor het eerst troffen we daar ook wat sfeer aan, in de vorm van een paar terrasjes. Daar deden we natuurlijk graag ons voordeel mee. Op zondag werden er geen snacks geserveerd, behalve dan de pinda's waar de plaatselijke duiven ook wel raad mee weten (geen meeuwen!).
 |
| Arend aan het uitrekenen der Yahtzeepunten |
Terug naar de auto stuitten we op een kleine processie bij de eerder gepasseerde kerk met bloementapijt, muziekkapel en slingers. Weer wat wijzer: het gaat om een festival met religieus tintje. Maar zelfs de rijke Katholieke feestkalender weet niets te melden op 3 augustus: het mysterie blijft...
Onze pauze in de haven bleek lang genoeg te zijn geweest om het weer te laten omslaan: waar naar het noorden toe de hele dag donkere wolken laag tegen de bergen hingen (terwijl wij goeddeels in de zon zaten), leek het nu helemaal opgetrokken. Dus trokken we plan A weer uit de la, niet omheen maar overheen! Na wat gezoek naar de goede weg stegen we aldus tot grote hoogten. Inderdaad was nu helemaal opgeklaard: prachtige uitzichten. Vie Ribeiro Frio daalden we aan de noordkant weer af. Bij Santana troffen we zelfs de Continente nog open (zondag 19:30!). We zitten nu op een schema waarin we na een late lunch 's avonds met hapjes toekunnen, en daarbij is zo'n supermarkt uitermate praktisch.
De rest van de avond werd dan ook onder het genot van wijntje + broodje + kaasje + salamietje (chorizootje?) uiterst gemoedelijk doorgebracht. De wifi in het hoofdgedeelte van het hotel was dit keer zelfs bereid ook een paar foto's in ontvangst te nemen, zodat ik de al gedocumenteerde dagen kon versieren met wat geselecteerd beeldmateriaal. Zo komen we niet al te ver achter te lopen. Inmiddels (ik schrijf dit de ochtend van de volgende dag, 4 augustus dus) ben ik zelfs helemaal bij. Let today's games begin!
No comments:
Post a Comment